Tag

Geef je kamerplanten net wat ze nodig hebben

Doodsoorzaak nummer één bij binnenhuisplanten is een te veel aan water. Daarmee is al veel gezegd over planten verzorgen. Wat je verder nog moet weten, zijn enkele essentiële principes en weetjes. Wat je nog moet hebben, is een portie gezond verstand. Eens je de principes en weetjes uit dit artikel toepast én je gezonde verstand gebruikt, kan je bijna elke plant de gepaste verzorging geven.

Ken de plaats van de plant

Je krijgt een fantastisch mooie plant cadeau, maar waar zet je hem? Bij de keuze van het juiste plekje kan je hiermee rekening houden:

De meeste planten groeien het beste op een tochtvrije plaats met veel zonlicht. Ook een relatief stabiele temperatuur (dit is: geen sterke temperatuurschommelingen) en een hoge luchtvochtigheid dragen bij tot een goed groei- en bloeiproces.
Planten met egaal groene bladeren hebben minder licht nodig dan planten met kleurschakeringen en/of bloemen. Varens hebben zelfs het liefste een donker plekje. Orchideeën geven de voorkeur aan helder maar onrechtstreeks licht, veel frisse lucht en een hoge luchtvochtigheid.
Vermijd wel dat planten in de zomer op een te warme plaats staan, waardoor het blad- en bloemoppervlak kan verbranden.
Verplaats planten naar een lichtrijke plaats als je merkt dat de bloei niet goed op gang komt of als een plant met kleurschakeringen naar een te monotoon groen blad neigt.

Geef niet te veel water

“Ik geef al mijn planten iedere twee dagen water.” Twee keer verkeerd! Je hoeft planten zeker niet volgens een strak schema water te geven en als je alle planten steeds water geeft, negeer je de behoefteverschillen van de planten.

Een plant heeft water nodig als de potgrond waarin hij staat niet meer vochtig is. Wanneer de bladeren van de plant beginnen te verwelken, heeft de plant dringend water nodig, maar overdrijf ook dan niet met de hoeveelheid water. Bloemdragende planten hebben meer water nodig dan planten die niet bloeien. Een plant verwerkt ook meer water tijdens de warme lente- en zomerperiode dan tijdens herfst en winter.

De bladeren van tropische planten zoals varens en orchideeën kan je het beste dagelijks bevochtigen met een waterverstuiver, naast het water geven in de pot.

Voeden, snoeien en schoonmaken

Heel wat planten groeien ook prachtig zonder specifieke voeding. Sommige planten hebben echter af en toe wat extra voedingstoffen nodig, vooral tijdens bloeiperiodes. Afhankelijk van het type plant kan je traag oplossende capsules in de potgrond steken of samen met het water vloeibare voeding toedienen. Het is raadzaam voor specifieke voeding en dosering de verkoper of de kweker om raad te vragen.

Uitgebloeide bloemen kan je het beste onmiddellijk verwijderen door ze met duim en wijsvinger af te nijpen. Vergeelde bladeren zijn alleen maar ballast en verwijder je dus ook. Afgestorven takjes kan je met een snoeischaar afknippen.

Net als huisraad blijft een plant niet gespaard van stof. Om de bladeren opnieuw glanzend te maken, kan je het stof wegvegen met een vochtig doekje of met vochtige watten. Daarmee laat je de plant niet alleen opnieuw blinken, je zorgt er ook voor dat zijn groei niet meer wordt belemmerd door het stof.

Tags , , , , ,

Laat je tuinbloemen langer bloeien

Hoe jammer is het niet als een wondermooie tuinplant na enkele weken volledig uitgebloeid en uitgeput verschrompeld?  Na weken, maanden en soms jaren van regelmatig water geven, bemesten, snoeien en meer, lijkt de plant uitgeteld.

Hoewel het onmogelijk is om planten dag in dag uit in bloei te laten staan, kan je met enkele eenvoudige verzorgingstips er toch voor zorgen dat je plant meer, langer en bloemrijker bloeit.

1. Verwijder uitgebloeide bloemen

Gebruik duim en wijsvinger om uitgebloeide bloemen weg te knijpen.  Als je zelf uitgebloeide bloemen weghaalt, hoeft de plant geen energie te steken in het opvangen van uitgebloeide bloemen en in de productie en verspreiding van zaad.  In plaats daarvan kan de plant nog een tweede keer bloemen dragen.

Door de zaadproductie en -verspreiding te verhinderen, vermijd je bovendien dat je tuin het volgende jaar herschapen wordt in een wirwar van door elkaar groeiende bloemsoorten.

2. Snoei de bloem in de top van de plant weg

De bloem in de top van de plant haalt vaak veel energie weg voor de bloemen onderin.  Door de bloem in de top van de plant weg te snijden, geef je meer groeikansen aan de bloemen onderin.  Dat resulteert in een bloemrijkere plant met grotere bloemen.

3. Houd meerjarigen compact, vermijd wildgroei

Meerjarige planten kunnen al snel groot en onherbergzaam worden. Laat je de planten te lang groeien zonder de overvloed aan takken in te perken, dan wordt het achteraf heel lastig om de wildgroeiende plant nog goed bij te snoeien tot een compacte plant.  Ook meerjarige planten moeten dus op tijd bijgeknipt worden, zodat ze weelderig bloemen kunnen dragen op enkele stevige takken.  Het snoeien doe je het beste na de bloeiperiode. Afhankelijk van de plantensoort kan naast snoeien in het najaar, ook snoeien in het voorjaar aangewezen zijn.

4. Verwijder dode twijgjes, vergeelde bladeren en verwelkte bloemen

Dode twijgjes, bladeren en bloemen kunnen een bron van voedingstoffen zijn, maar ze kunnen ook ongedierte aantrekken.  Haal dode, vergeelde of rottende delen van de plant daarom zo snel mogelijk weg.  Zo vermijd je dat broeihaarden van ongedierte ontstaan die het immuunsysteem van de plant kunnen aantasten.  In plaats van het organisch afval van de plant als meststof te gebruiken, kan je in het voorjaar compost of andere meststof voor de plant toevoegen.

5. Snoei de plant voor de winter

Eens de planten zijn uitgebloeid en zich klaarmaken om de winter door te komen, kan je de plant terugsnoeien. Om de plant niet al te veel te verwonden, wacht je het beste tot de late herfst. Als je de plant terugsnoeit tot zijn omvang vóór de bloeiperiode en het aantal vertakkingen beperkt, krijgt de plant het volgende bloeijaar de kans zonder ballast mooie volle bloemen te vormen.  Snoei je niet terug, dan moet de plant te veel energie steken in het laten doorgroeien van eenjarige twijgjes en vertakkingen, wat minder en kleinere bloemen als gevolg heeft.

Tags , , ,

Japanse esdoorns planten en verzorgen

Japanse esdoorns zijn sierlijke meerstammige bomen die verbazingwekkend makkelijk te planten en verzorgen zijn. Bovendien kunnen ze op veel verschillende bodems bloeien. De kleurrijke bladeren van de esdoorn vallen het meest op.

Europese of Amerikaanse esdoorns worden erg groot, maar Japanse esdoorns blijven vrij klein. Daardoor kunnen ze ook goed aarden in stadstuintjes.

Locatie

Om de beste kleur te krijgen, kun je de Japanse esdoorn best in volle zon met een lichte namiddagschaduw planten. Bomen met rode bladeren kunnen er niet tegen voortdurend in volle zon te staan, terwijl bomen met gele bladeren groen blijven in de schaduw.

Kies een plekje dat de grootte van de boom aankan. Voor een boom in je voortuin kies je best een dwergvariëteit, omdat daar meestal minder plaats is.

Begieten en bevruchten

Geef de boom tijdens de bloeiperiode minstens een keer per week veel water. Zorg ervoor dat de bodem niet te drassig is. Bedek de grond rond de esdoorn met een beschermende laag houtsnippers. Verzeker je ervan dat de bodem vochtig is voor het voor de eerste keer vriest.

Als de boom in matig vruchtbare grond geplant wordt, hebben Japanse esdoorns geen kunstmest nodig. Je kunt altijd een beetje kunstmest gebruiken nog voordat de eerste blaadjes erdoor komen in de lente. Let er wel mee op, want te veel kunstmest heeft een nadelige invloed op zowel de kleur als de vorm van de bladeren.

Snoeien

De meeste Japanse esdoorns moeten gesnoeid worden. Begin de boom twee tot drie jaar nadat je hem plantte in vorm te brengen. Snoei de boom lichtjes tijdens het bloeiseizoen, maar bewaar het zware snoeien tot de boom niet meer bloeit. Snoei de uitgroeiende takken onder de entplaats weg van zodra ze verschijnen.

Ziekten en ongedierte

Hoewel diertjes als bladluizen, mijten, tripsen en sprinkhanen een Japanse esdoorn kunnen bevolken, brengen ze meestal geen schade toe aan aan de boom. Japanse esdoorns zijn niet goed bestand tegen schimmelinfecties als verwelkingsziekte, fusarium en andere. Dat resulteert in het verwelken van de bladeren en sterfte.

Het is erg moeilijk om deze infecties te genezen, daarom kun je beter proberen je planten zo gezond mogelijk te houden en een goed geventileerde plek uit te kiezen voor je de boom plant. Om te voorkomen dat ziektes zich verspreiden, kun je de besmette delen snoeien. Maak je snoeimateriaal daarna schoon met alcohol.

Tags , , ,