Tag

Zelf pompoenen kweken

Pompoenen zijn lekker en eenvoudig te telen. Als je een beetje moeite doet, kan je zelfs erg grote pompoenen kweken.

Zaaien

Pompoenen zaai je tussen april en juni best in potjes. Zaai twee zaadjes per potje, zodat je het sterkste kan overhouden. Duw de zaadjes zacht in een  laagje grond en bedek dat met wat extra grond. Je mag de zaadjes niet te diep zaaien. Als de wortels door de bodem van de pot komen, is het tijd om de zaailingen over te planten. Plant ze zo’n twee à drie meter uit elkaar. Zaden kunnen ook rechtstreeks in de grond gezaaid worden tussen het einde van mei en de vroege zomer. Kies een  zonnig plekje dat voldoende afgeschermd is en verbeter de grond met compost. Als de zaailingen kiemen, mag je de zwakste verwijderen.

De plantjes verzorgen

Bescherm de  zaailingen met mulch en voed ze regelmatig met meststof. Geef ze ook geregeld water tijdens het bloeiseizoen. Verwijder sommige vruchten voor ze zich verder ontwikkelen, houd twee tot drie vruchten per plant over. Op die manier zal je grotere pompoenen krijgen. Als de pompoenen groter worden, til ze dan op met een stuk hout of een baksteen, om zo te voorkomen dat ze gaan rotten. Verwijder bladeren waardoor de pompoenen in de schaduw te zitten komen. Als er een risico is op vroege vorst, bescherm de pompoenen dan met stro of karton.

Oogsten en opslaan

Laat de vruchten zo lang mogelijk op de plant, zodat ze  kunnen groeien en rijpen. Wanneer de stengel breekt en de schil erg dik is, is de pompoen klaar om geoogst te worden. Leg de pompoenen vier dagen buiten in de zon of bewaar ze binnen bij een temperatuur van 27° tot 32° C, zodat ze kunnen harden. Pompoenen kunnen vier tot zes maanden bewaard worden. Bewaar je pompoenen op een koele plaats, bij een temperatuur rond 10°C.

Tags , , , , ,

Aardbeien uit je eigen tuin

Niets zo lekker als aardbeien uit de eigen tuin. Aardbeien zijn een fruitsoort die gemakkelijk te kweken is. Eén aardbeienplant kan je verschillende jaren  lang aardbeien leveren. Aardbeienplanten kunnen gemakkelijk overwinteren,  je hoeft dus niet iedere keer andere aardbeien te kopen.

In volle grond

Aardbeien kun je in principe op elke ondergrond telen, maar een lichtzure ondergrond die waterdoorlatend is, is het beste. Tijdens de herfst kun je de bodem al goed voorbereiden door hem van een portie organische mest te voorzien.

De aardbeien plant je dan aan in de late zomer, zodat  je in juni of juli van het volgende jaar kunt oogsten. Bij verlate teelt worden de planten echter in een koelcel bewaard. Van maart tot begin juli kan je ze dan nog uitplanten in openlucht. Twee maanden na het planten kan je dan oogsten. Voor de doordragende soorten, die gedurende vier tot vijf maanden continu geoogst kunnen worden, wordt minder vaak gekozen.

Om een aardbeienbed aan te leggen kun je best de grond verhogen, zodat het regenwater gemakkelijk afgevoerd wordt. Eventueel kan je folie op het bed leggen, zodat er geen onkruid tussen de planten verschijnt en je vroege uitlopers die de planten verzwakken gemakkelijk kunt wegnemen. Na het aanleggen van je aardbeienbed kan je de aardbeien in rijen aanplanten. Zorg dat er een onderlinge afstand is van 10 à 15 centimeter.

In potten

Aardbeien hoeven niet altijd in volle grond geteeld te worden. Je kunt ze ook in potten (bijvoorbeeld op je terras of je balkon) telen.

Kies voor een voldoende ruime bak of pot in plastic of terracotta. De bak of pot moet ook voldoende afwateringskanalen hebben, aardbeien staan immers niet graag te nat. Vul de bak of pot voor de helft tot driekwart met potgrond. Haal de aardbeienplantjes voorzichtig uit de potjes en plaats ze op de potgrond. Vul de bak of pot daarna verder aan en laat onder de rand een ruimte van een aantal centimeter. Begiet de aardbeienplanten na het planten meteen.

Zonnige plaats

Aardbeien staan graag in de zon, een zonnige plaats voor het aardbeienbed of -pot is dus zeker aan te raden. Maar te sterk zonlicht is ook niet goed, zeker niet voor jonge plantjes. Probeer de aardbeienplantjes ook zoveel mogelijk af te schermen van de wind.

Water en mest geven

Aardbeien houden niet van te veel water, maar een te droge of uitgedroogde grond is ook niet aan te raden. De potgrond moet dus altijd vochtig genoeg zijn. Geef de plantjes regelmatig water, tijdens hete zomerperiodes mag dat zelfs iedere dag gebeuren.

Tags , , ,

Van start gaan met een moestuin

Droom je ervan verse groenten uit je eigen tuin te kunnen eten? Dan is een eigen moestuin geen slecht idee. Je eigen groenten telen is trouwens helemaal niet zo moeilijk. Hier vind je een stappenplan om van start te gaan met je eigen moestuin.

Bepaal de locatie

Je wilt natuurlijk dat je groenten zo smakelijk mogelijk zijn. De locatie kan daarbij veel bepalen. De meeste groenten hebben dezelfde vereisten om goed te bloeien, wat het gemakkelijker maakt om een geschikt plekje uit te kiezen in je tuin. Kies voor een zonnig plekje op een vruchtbare bodem.

Kies de groenten uit

Dit is een van de leukste aspecten van een eigen moestuin: je favoriete groenten uitkiezen. Pas alleen op dat je ogen niet groter zijn dan je moestuin, het is niet de bedoeling dat je je groenten op elkaar begint te proppen. Houd rekening met de ruimte die je hebt, de periode waarin je graag wilt oogsten en het soort bodem in jouw moestuin.

Beslis of je zult zaaien of overplanten

Bij de keuze tussen zaaien en overplanten gaat het vooral over praktische overwegingen. Als je begint met zaadjes heb je meestal een grotere keus wat groenten betreft. Sommige groenten kun je ook gemakkelijker overplanten dan andere. Groenten waarbij meestal voor zaadjes gekozen wordt zijn: bonen, komkommer, knoflook, erwten, pompoen, enz. Groenten die je gemakkelijk kunt overplanten zijn onder meer broccoli, bloemkool, selder, tomaten en aubergine.

Haal het meeste uit je ruimte

Meestal leg je je moestuin niet in een keer aan. Sommige groenten kun je eerder oogsten dan andere, waarna je de vrijgekomen plek weer kunt opvullen. Andere planten bloeien erg snel, waardoor je meteen na de oogst opnieuw kunt beginnen.

Onderhoud je moestuin

Nu is het tijd om de meer praktische zaken aan te pakken. Een moestuin heeft regelmatig onderhoud nodig. Groenten moeten voldoende water krijgen, de bodem moet met mulch bedekt worden en er moet op tijd geoogst worden. Verder is het ook belangrijk ongedierte op een afstand te houden.

Oogst en bewaar

De laatste en de leukste stap. Als je groenten bloeien wordt het tijd om te oogsten. Eenmaal geoogst, kun je je groenten opeten of bewaren (invriezen).

Tags , ,

Slakken bestrijden in de tuin

Slakken kunnen een ware  pest zijn voor je tuin. Vooral tijdens vochtige periodes duiken ze massaal op en kunnen ze heel wat schade aanrichten. Ze eten jonge planten in de moestuin op tot net boven de grond of laten grotere planten achter met gaten. Als je toch nog iets wilt oogsten, kun je ze maar beter bestrijden.

Naaktslakken en huisjesslakken

Huisjesslakken voeden zich voornamelijk met plantaardig afval uit de tuin, zoals verdorde bladeren. Deze slakken zijn eigenlijk nuttig. Naaktslakken zijn vervelender. Zij kunnen in een nacht tijd alle kiemplantjes doen verdwijnen of heel veel schade aanrichten aan malse groenten als sla.

Gistrijk bier

Gistrijke producten als bier trekken de slakken aan. Graaf dus een potje met gistrijk bier tot aan de rand  in. Als de slak erop afkomt en ervan wilt drinken, zal hij in het potje vallen en verdrinken.

Bodem bedekken

Gebroken eierschalen, schelpen, zaagsel,  kalk, zand en soortgelijke bedekkingen leiden bij slakken door de droogte en scherpte tot irritatie. Als je dit over je zaaibedden strooit, zullen de slakken uit de buurt blijven.

Afweerplanten

Een aantal planten houden slakken door hun scherpe geur op afstand:

- Tomaten
- Tijm
- Salie
- Knoflook
- Hysop
- Oost-Indische kers

Natuurlijke vijanden

Zorg voor plekjes waar natuurlijke vijanden van de slak zich goed voelen. Vogels als eksters, kraaien, spreeuwen, merels, lijsters, enz. zitten graag in struiken en bomen. Egels verschuilen zich graag onder een hoop takken. Kikkers en padden houden van vijvertjes.

Slakkenkorrels

Er bestaan ruwweg twee soorten slakkenkorrels: een groep die biologisch afbreekbaar is en de klassieke slakkenkorrel die die eigenschappen niet bezit. Best leg je de korrels op de grond met een dakpan erover. Zo voorkom je dat andere dieren eraan kunnen.

Tags , , ,

Kiezen voor zaadjes of kiemplanten?

Voor jou is zaadjes zaaien in de moestuin natuurlijk de gemakkelijkste optie. Maar sommige groenten doen er maanden over om van een zaadje uit te groeien tot een volwaardige plant. Daarom gebruiken veel tuiniers kiemplanten, zeker als het gaat om seizoensplanten als tomaten, paprika’s en aubergines.

Als je je afvraagt of je voor zaadjes of kiemplanten moet kiezen, stel jezelf dan twee vragen:

- Laat de groente zich gemakkelijk overplanten?
- Duurt het bloeiseizoen lang genoeg om de groenten te laten rijpen als je kiest voor zaadjes?

Bij tomaten duurt het ongeveer 4 à 5 maanden voor de plant volgroeid is uit een zaadje. Maar ze laten zich gemakkelijk overplanten, dus de meeste tuiniers kiezen voor kiemplanten.

Wortelgewassen (wortel, pastinaak, rode biet, witlof, enz.) laten zich niet gemakkelijk overplanten en moeten rechtstreek gezaaid worden. Bij sommige snel groeiende gewassen als erwten en sla zijn kiemplanten ook totaal overbodig.

Groenten die gezaaid worden:

Basilicum, broccoli, wortels, komkommer, knoflook, sla, meloenen, pastinaak, erwten, pompoenen, radijzen, koolrapen, knolrapen en watermeloen.

Groenten die zich gemakkelijk laten overplanten:

Basilicum, broccoli; spruitjes, kool, Chinese kool, bloemkool, selderij, snijbieten, bieslook, peterselie, boerenkool, aubergine, andijvie, koolrabi, prei, uien, paprika’s en tomaten.

Tags , , , , ,

Wanneer kan je groenten oogsten?

Veel mensen hebben een eigen moestuintje, vaak omdat ze de smaak van verse, zelf geteelde groenten veel lekkerder vinden dan de groenten uit de supermarkt (die vaak al een hele tijd in de koeling hebben gelegen). Wanneer kan je dan het beste je groenten oogsten? Lees de volgende tips er eens op na. Zo zal je de groenten op tijd oogsten en zijn ze optimaal van smaak en structuur.

Lekkere groenten

Of je nu smakelijke groenten zal hebben of niet, hangt af van de volgende factoren:

De grond waarin de groenten geplant zijn: als de grond amper voedingsstoffen heeft, zal de groente ook geen hele lekkere smaak hebben
Vaak water geven: als je de groenten vaak genoeg water geeft, komt dat de smaak zeker ten goede
De groenten moeten ook genoeg zon krijgen om zo veel smaak te krijgen

Wanneer plukken?

Wanneer je de groente kan plukken, hangt van groente tot groente af. Een goede tip: laat de groenten niet te groot worden. Als je groenten erg groot zijn, verliezen ze veel van hun smaak en dat is zonde. Kwaliteit gaat boven kwantiteit in dit geval. Hier volgt een lijst van verschillende groenten en wanneer je ze kan plukken (vaak staat deze informatie ook op de verpakking van de zaden of kan je het ook vragen aan een medewerker van het tuincentrum). Een paar veel voorkomende groenten:

Wortels: bij wortels is het altijd erg moeilijk om in te schatten of ze klaar zijn om geoogst te worden of niet. Om zeker te zijn is het het beste om een wortel uit de grond te trekken en eens te proeven. De wortel moet oranje zijn en een beetje zoet van smaak.
Tomaten: pluk tomaten nooit als ze nog groen zijn (behalve wanneer je een speciale soort hebt gezaaid).
Komkommer: wacht niet te lang met het oogsten van de komkommer, als je dat wel doet, krijgt de komkommer erg veel zaden en dat komt de smaak niet ten goede.
Uien: je kan uien oogsten wanneer het lof dat boven de grond is, verdord is. Laat de uien dan nog een tijd drogen in de zon.

Een algemene regel: probeer gewoon! Oogst een groente en proef hem, je zal snel doorhebben of de groente al klaar is om geoogst te worden of niet. Voor meer informatie kan je altijd info vragen in het tuincentrum of op de verpakking van de zaden kijken.

Tags , ,

Zo kweek je je eigen sla

Ontelbaar veel soorten sla, maar zeker niet onteelbaar. Sla kweken kan je bijna het hele jaar door, in bijna elke soort grond en zonder enige tuinervaring. Door zelf sla te kweken, bepaal je zelf welke soort sla er dagvers op je bord komt. Gedaan met voorverpakte sla met beperkte houdbaarheid. Kies je favoriete slasoorten, zaai, verzorg en geniet! Kweek zelf sla en sla je slag!

Slazaad kopen

Stap eens binnen in een tuinspeciaalzaak in je buurt. In de afdeling zaden heb je vast heel wat keuze uit verschillende heerlijke slasoorten. De verpakking van het slazaad biedt je al heel wat informatie: de smaak van de sla, hoeveel sla je met een zakje kan kweken, wanneer te zaaien en te oogsten, hoe het beste te zaaien (grondsoort, bevochtiging, afstand tussen rijen en zaadjes). Laat je niet afschrikken door de soms grote hoeveelheid sla die je met één zakje kan kweken: slazaad is net als andere zaadsoorten meer dan een jaar houdbaar.

Sla zaaien

Afhankelijk van de soortspecifieke aanwijzingen op de verpakking, kan je sla van februari tot augustus zaaien. De ene slasoort kan al wat beter tegen de koude dan de andere en kweken onder glas of in een serre verlengt de mogelijke zaaiperiode aanzienlijk. Zaai je in een koude periode, dan zaai je het beste in een zaaibakje binnenshuis of onder glas. Zaai je tijdens de zomer, dan kan je ook buiten in volle grond zaaien.

Maak zowel voor binnen als buiten een mengeling van aarde en potgrond. Een zaaibedje met fijngemaakte aarde en potgrond is ideaal om de zaadjes de kans te geven te kiemen, wortel te schieten en water en voedingstoffen op te nemen.

Vervolgens strooi je zaadjes uit op het zaaibedje of in ondiepe zaaigrachtjes. Het zaadbedje of de zaaigrachtjes dek je toe met potgrond of turf, zo zorg je voor een goede waterhuishouding.

Zaai je buiten in volle grond of op een plaats waar vogels en katten je zaaisel kunnen bereiken, denk er dan aan om je zaaisel te beschermen: katten krabben graag in potgrond en vogels eten graag zaadjes en jonge slaplantjes. Netten beschermen tegen vogels en katten, plastiek zakken of petflessen waarmee de wind vrij spel heeft, schrikken vogels af.

Slazorg

Voldoende plaats

Sla heeft voldoende plaats nodig om te groeien. Geef de kleine slaplantjes daarom meer ruimte door ze te verplanten eens ze enkele centimeters groot zijn. Kies de grootste en stevigste plantjes om op voldoende afstand van elkaar te planten. Planten doe je door met een (plant)stok een gaatje in de grond te maken, het slaplantje er in te zetten, voldoende water in het gaatje te gieten en het gaatje met aarde aan te drukken.

Voldoende water

Sla bestaat voor meer dan 90% uit water. Het is dan ook logisch dat je de slaplantjes af en toe het nodige water moet geven. Vooral als je onder glas of in een serre sla kweekt, moet je voldoende water geven. In de buitenlucht volstaat het om extra water te geven in regenarme periodes. Water geven doe je het beste ’s ochtends of ’s avonds. Dan is het minder warm is en staat de sla niet meer in het felle zonlicht.

Voldoende licht en warmte

Sla heeft om te groeien veel licht en warmte nodig. Vermijd daarom een al te schaduwrijke plaats.

Sla oogsten

Telkens je zin hebt in sla, kan je sla uit je tuin oogsten. Dat doe je door de slaplant zo dicht mogelijk tegen de grond af te snijden met een keukenmesje. In warme periodes doe je dat het beste ’s ochtends, zo oogst je een mooie gezonde sla met krachtige bladeren die nog geen strijd hebben geleverd tegen warme temperaturen. Tot slot: als je ongeveer iedere drie weken sla zaait, kan je voortdurend sla uit eigen tuin oogsten.

Tags , , , ,

Hoe moet je zelf tomaten kweken?

Je eigen tomaten kweken is heel makkelijk. Het enige wat je ervoor nodig hebt is een stukje grond, eventueel een kleine serre en wat zaadjes. Tomaten zijn er in allerlei heerlijke soorten en maten.

Als je over een serre beschikt, kan je de tomaten best hierin planten, maar dat is helemaal geen noodzaak. Tomatenplanten kunnen bij warme temperaturen even goed groeien tegen een zonnige gevel of zelfs in een pot. Je kunt zaad kopen, maar het is ook heel makkelijk om bij tomaten zelf zaad te winnen. Gewoonweg een tomaat opensnijden, de zaden eruithalen en drogen op een stuk keuken- of krantenpapier.

Het zaaien

Vul een pot van min of meer 7,5 centimeter diepte met potgrond en wat water. Strooi de zaden vervolgens dun hierover. Zorg voor een label en zet het geheel op een plaats in de zon, best op een vensterbank. Dit is nodig zodat de zaden kunnen ontkiemen, wat normaal gezien na een tweetal weken zal gebeuren. Na een achttal weken is het tijd om de plantjes te verspenen. Neem het plantje stevig vast, verwijder het uit het eerste potje en plant het vervolgens in een tweede – grotere – pot van zo’n 15 centimeter diepte. Selecteer hierbij enkel de sterkste plantjes. De anderen mag je weggooien.

Het planten

Wanneer de eerste takjes met bloemen verschijnen is het tijd om de planten over te planten in de tuin tegen stokken of koorden. Vanaf nu, en zeker vanaf wanneer de planten in bloei staan, komt er wat meer werk aan te pas. Je kan de planten nu ook regelmatig begieten met een gieter. Let er wel op dat je niet te veel water ineens geeft.

Groeitips

Tril de planten eens per dag. Hiermee wordt bedoeld dat je – liefst in de namiddag – een paar keer tegen de stengel van de plant tikt. Dit om het stuifmeel van de meeldraden in de bloem tegen de stamper te laten komen. Dit is normaal het werk van insecten, maar wanneer je dit dagelijks doet ben je zeker dat alle bloemen worden bestoven.

Verwijder de okselscheuten die beginnen te verschijnen. Deze doen de plant namelijk aan kracht verliezen, waardoor de oogst minder wordt. Wanneer de tomaten rood kleuren mogen ze geoogst worden. Wanneer het kouder is kan dit in principe ook als ze nog wat groen zijn.

Tags , , , , ,

Hoe je je eigen uien teelt

Uien zijn onmisbaar in een geslaagde moestuin. Ze zijn niet alleen de basis van vele lekkere gerechten, ze zijn ook makkelijk te kweken. Uien zijn bolgewassen. Kenmerkend is dat ze hun voeding opslaan in een bol, waardoor ze makkelijk de winter kunnen overleven.

Uien bestaan in praktisch alle geuren en kleuren, maar wij sommen voor jou de twee meest voorkomende en gebruiksvriendelijke soorten op: de productieve zaaiuien of de geliefde plantuien.

Plantuien

Dit is de ui voor de kenner. Plantuien zijn als het ware kleine uien. Deze zijn makkelijker te kweken dan zaaiuien. Ze zijn beter bestand tegen de ajuinvlieg en kunnen vroeg geplant worden.

Planten

De teelt verloopt in twee delen. Tijdens een eerste fase zaai je en laat je de uien groeien. In de tweede fase ga je ze effectief planten. Uien worden best geplant in de lente of de late zomer. Om de plantuien te onderhouden gebruik je best meststoffen als de blauwe korrel en de patentkali. Verse mest is af te raden. Wanneer het groene loof bruin begint te worden, betekent dit dat de ui stopt met groeien. Dan mag je beginnen ruien.

Bewaren

Dit soort uien kan je lang bewaren, wel in een koele en donkere ruimte. De bruine vliezen rond de ui zorgen voor bescherming. Het afgestorven loof mag verwijderd worden.

Zaaiuien

Dit zijn de commerciële uien. Ze worden vanwege de vele voordelen op grote schaal gekweekt, hebben een lange bewaarperiode en een hoge productiviteit.

Zaaien

Zaaiuien moeten gezaaid worden tussen februari en april. Het spreekt voor zich dat hoe langer je wacht, hoe beter het zaad opkomt. Belangrijk is om regelmatig te wieden zodat de uien voldoende ruimte hebben om te groeien. Zaaiuien worden geoogst in augustus en september, afhankelijk van hun grootte. Na het rooien is het belangrijk om de uien 1 tot 2 weken te laten drogen. Dit kan, als het weer het toe laat, op het zaaibed. Anders leg je de uien beter op een droge, winderige locatie.

Bewaren

Om zaaiuien te bewaren, laat je ze best zo lang mogelijk drogen. Je kan ze na het oogsten bewaren tot maart of april. Langer dan september mag je echter niet wachten. Dit om rotten te voorkomen. Vergeet niet om regelmatig rotte uien te verwijderen, want 1 rotte ui zorgt in no time voor een hele voorraad rotte uien.

Tags , ,

Hoe moet je zelf wortelen kweken?

Als je beslist om zelf wortelen te kweken, heb je een waaier aan mogelijkheden. Door het mixen van verschillende rassen met elk hun eigen zaaidata kan je namelijk heel het jaar door van je wortelen genieten.

Soorten wortelen

Op basis van zaai- en oogstdata kunnen we 3 grote hoofdsoorten wortelen onderscheiden. De eerste wortelen die je in het voorjaar kan oogsten zijn de busselwortelen, ook bekend als bospenen. Zij hebben hun naam te danken aan de bussels met het loof waarin zij verkocht worden. In de zomer ontspruiten dan de losse wortelen, of waspenen, net iets langer en grover dan de eerst vermelde soort. Nadien krijg je zeer grove winterwortelen, of breekpenen. Zij kunnen pas in het najaar geoogst worden. Daarnaast heb je nog andere soorten , zoals de Parijse worteltjes. Dit zijn schattige, kleine wortelen, die er uitzien als een grote radijs.

Zaaigrond en bemesting

Als je wortelen wilt telen heb je uiteraard een diep bewortelbare grond nodig. Daarnaast spelen er ook nog andere factoren mee. Ten eerste moet je grond vrij zanderig zijn, liefst met een humeuze bovengrond. De grond mag niet te zwaar zijn, en regelmatige vochtvoorziening is meer dan welkom.

Ook belangrijk is de manier van bemesting. Wortelen reageren niet goed op plots contact met hoge mestconcentraties. Zulke stikstofbemesting zorgt er ook voor dat het loof van de wortelen te veel begint te groeien en de wortel zelf minder ontwikkelt. Het resultaat is een zwakke wortel met een fletse kleur.

Om een gezonde wortel met een diepe en mooie kleur te bekomen moet je het over een andere boeg gooien. De meest gebruikte methode van bemesting is met behulp van kalium, waarbij het wordt aangeraden een meststof te gebruiken met een hoog kaliumgehalte. Dit is trouwens geldig voor alle wortelgroenten, bijvoorbeeld knolselder.

De teeltperiodes

Het belangrijkste advies dat hier gegeven kan worden, is: hoe vroeger hoe beter. De kiemplantjes van wortelen kunnen vriestemperaturen verdragen tot -8°C. Vanaf begin januari kan het zaaien dus beginnen, al is het dan best met behulp van kleine plastieken koepeltjes. Eind januari en begin februari is dit zelfs niet meer nodig.

De eerste oogst kan er dus zijn rond half maart. Je kan zaaien tot ongeveer begin augustus, maar daarna wordt het vrij riskant. Een veel voorkomend probleem met te laat zaaien is de wortelvlieg.

De wortelvlieg

De wortelvlieg kan gelokt worden als je te laat zaait, of als je de wortelplanten gaat uitdunnen. Deze vlieg legt eitjes aan de wortelhals, en daaruit ontstaan witgele maden. Deze maden gaan de uiteinden van je wortelen opvreten, waardoor je oogst mislukt is.

Besluit: zaai zo vroeg mogelijk, hierdoor kunnen al deze problemen vermeden worden.

Tags , , ,