Tag

Planten in potten zetten

Om planten goed te potten, moet je steeds een aantal stappen in acht nemen:

1. De pot kiezen

Zorg ervoor dat het water door een of meerdere gaten in de bodem van de pot kan lopen. Als de drainage onvoldoende is, kunnen de wortels verdrinken. Bijna alles kan als pot gebruikt worden, dus wat je kiest zal volledig afhankelijk zijn van je eigen stijl en budget. Als je graag lichte potten hebt die je gemakkelijk kunt verplaatsen, kies dan voor plastic, glasvezel of andere lichte materialen.

2. De potgrond kiezen

Gebruik geen grond uit je tuin, want hier kunnen onkruidzaadjes, insecten en schimmels in zitten. Koop potgrond in je lokale tuincentrum. Het is een losse en lichte mix van materialen als mossen, vermiculiet en compost. Voor vetplanten of cactussen kun je best een speciale mix gebruiken.

3. De planten kiezen

De juiste plant op de juiste plaats, dat zou je motto moeten zijn. Houd rekening met de omstandigheden op de plek waar de plant staat. Een roos moet bijvoorbeeld zes volle uren zon krijgen. Vraag om advies in je plantencentrum of lees een paar boeken, zo kom je te weten welke planten het goed doen in de zon en welke in de schaduw.

4. Bereid de potten voor

Als je potten groot zijn, plaats ze al op de plaats waar ze moeten staan voor je ze vult. Als ze eenmaal gevuld zijn, kunnen de potten wel eens te zwaar zijn om te verplaatsen. Leg een koffiefilter, een scherf van een gebroken pot of iets anders  over de gaten in de bodem. Zo zal de potaarde er niet uit lopen.

Controleer voor je de aarde in de pot giet nog even hoeveel water je eraan toe moet voegen. Meestal moet je er een beetje water aan toevoegen en kneden met je handen.  Doe genoeg potgrond in de pot, zodat de basis van de plant (waar de plant uit de grond komt) zich op ongeveer 2,5 centimeter onder de rand bevindt . Voordat je overgaat tot het planten, moet jee de grond lichtjes aandrukken met je hand.

5. Pot de plant

Verwijder de plant uit de winkelpot. Best kun je ze een uur op voorhand nog water geven in deze pot. Ondersteun de top van het wortelstelsel met je handen als je hem verplaatst. Trek nooit te hard aan de stengel van de plant. Plaats de plant bovenop de potgrond. Zorg ervoor dat de stam van de plant volledig boven de potgrond uitsteekt. Als je meer dan één plant pot, houd dan tussen de wortelstelsels zo’n 2,5 centimeter vrij, zodat je er nog potgrond aan kunt toevoegen. Geef de plant water, zodat de wortels zich meteen kunnen aanpassen aan hun nieuwe thuis.

Tags , ,

Een gezonde plant uitkiezen

Als je naar de plantenwinkel gaat, zullen alle planten er op het eerste zicht gezond en fris uitzien. Normaal gezien zouden ze dat ook moeten zijn. Toch is het zeker nodig een aantal kleine controles uit te voeren voordat je je plant mee naar huis neemt.

Controleer de andere planten in de winkel. Hoe zien die eruit? Zien ze er gezond uit en worden ze goed verzorgd?

Nu is het tijd om jouw plant onder de loep te nemen. Zijn de bladeren groen, glanzend en sappig? Vermijd  planten die aan het verwelken of aan het geel worden zijn.

Hoe is de vorm van de plant? Is hij helemaal begroeid, met meerdere takjes? Groter betekent niet noodzakelijk beter, dat kan er namelijk ook op wijzen dat de plant onvoldoende licht kreeg en om toch licht te krijgen snel naar boven groeide, maar daardoor juist erg dun en breekbaar is.

Bekijk de plant van dichterbij om te weten te komen of er sprake is van insecten of ziektes. Controleer beide kanten van de bladeren en de potgrond. Signalen die erop kunnen wijzen dat er iets aan de hand is, zijn: zwarte vlekken, gaten, papperige delen, plakkerige delen, etc.

Zie ook de wortels van de plant niet over het hoofd. Als de plant in een pot staat en de wortels uit de bodem groeien, staat de plant onder druk en zal hij wat tijd nodig hebben om te herstellen. Als er niet veel wortels zijn en de plant heel gemakkelijk uit de pot komt, werd hij waarschijnlijk nog maar pas verplant.

Controleer de stengel van de plant op beschadigingen. Verzeker je ervan dat er geen breuken of andere gebreken zijn.

Zaadjes in de pot is nooit een goed teken. Die strijden namelijk met de plant om de voedingsstoffen in de aarde.

Ontkiemende planten en planten met bloemen zullen het doorgaans beter doen dan andere.

Tags ,

Hommels naar je tuin halen

Hommels zijn, in tegenstelling tot wespen, niet erg agressief en zijn dus aangenamer om in je tuin te hebben (op voorwaarde dat je ze met rust laat). Het moet mogelijk zijn om verschillende soorten hommels naar je tuin te lokken. Sommige hommels houden zelfs niet van de meer exotische bloemsoorten en komen op inheemse bloemen af – deze zijn natuurlijk veel makkelijker om te onderhouden en zijn veel meer resistent tegen het klimaat en bepaalde ziekten dan exotische bloemen.

De lengte van de tong van een hommel varieert naargelang de soort en ook de smaak van de hommel varieert dus. De Bombus hortorum, de hommelsoort met de langste tong, houden van diepe bloemen zoals de kamperfoelie, het vingerhoedskruid en de akelei. Hieronder geven we een selectie van bloemen waar hommels (met korte en lange tong) graag op afkomen. Ze zullen in vele gevallen ook andere insecten aantrekken zoals vlinders en honingbijen.
Boraginaceae: de ruwbladigenfamilie

Hier hebben we allereerst de Echium vulgare (slangenkruid). Slangenkruid ziet er mooi uit en is populair bij zo goed als alle hommelsoorten. De bloeitijd loopt van juni tot augustus. Verder is er de Symphytum officinalis (gewone smeerwortel). Smeerwortel houdt van vochtige plaatsen, maar zal haast overal groeien. Het staat ook in voor goede compost. De bloemen zijn redelijk diep, dus sommige soorten hommels zullen niet bij de nectar raken (tenzij ze de bloem openbijten, zoals bijvoorbeeld de Bombus terrestris).

Fabaceae: de vlinderbloemenfamilie

Deze bloemen zullen naast hommels ook vlinders naar je tuin lokken. De Trifolium pratense (rode klaver) en Trifolium repens (witte klaver) zijn populair bij zeldzame en bij sommige meer voorkomende hommelsoorten. Zoals de namen al doen vermoeden geven ze respectievelijk rode (paarsachtige) en witte bloemen. De Lotus corniculatus (gewone rolklaver) zal ook hommels aantrekken. Zij groeit vooral op voedselrijke grond. De Vicia cracca (vogelwikke) is een klimplant die steun zoekt bij andere planten. Ze geeft paarse bloemen in juni en juli. De Anthyllis vulneraria (wondklaver) geeft gele, bolvormige bloemen in juli. Ze trekt ook kleine blauwe vlinders aan. Verder hebben we nog de Onobrychis viciifolia (esparcette) die levendige roze bloemen geeft.

Asteraceae: de composietenfamilie

De Centaurea scabiosa (grote centaurie) is een prachtige bloem die veel bijen en vlinders aantrekt. Deze plant kan groot worden en geeft veel grote paarse bloemen. Ze komt voor tussen het gras op redelijk droge, kalkrijke grond.

Tags , , , ,

Zaden verzamelen uit eigen tuin

Vroeger was het verzamelen en ruilen van zaden één van de favoriete bezigheden van elke tuinier. Door de lage prijzen en het grote aanbod van zaden in tuinwinkels, is de populariteit van deze hobby er de laatste jaren echter sterk op achteruit gegaan. Dit is een spijtige zaak, want zaden uit eigen tuin zijn niet alleen gratis, maar vaak ook van betere kwaliteit. Wil je graag een poging wagen? Dan komen de volgende tips je zeker goed van pas…

Zaden opvangen

Zaden verzamelen kan praktisch het hele jaar door. Alles hangt natuurlijk af van de bloeiperiode van de plant. Wanneer de zaaddozen bruin beginnen te kleuren, is het tijd om te kijken of ze rijp zijn. De manier waarop je dit kan zien hangt af van plant tot plant. Bijvoorbeeld:

Bij de papaver zijn de zaden rijp als je ze kan horen rammelen.
Bij de klokjesbloem (of Campanula) en de kaardebol (of Dipsacus) vallen de zaden op de grond als je de plant aanraakt.
Bij de geranium springen de zaaddozen zodanig open dat de zaden in alle richtingen worden weggeschoten. Je kan in dit geval een netje rond de plant hangen om ze op te vangen of de zaaddozen afknippen vóór de zaden er uit springen en ze in een afgedekte doos stoppen. Als je vaak genoeg naar de plant gaat kijken, kan je de weggesprongen zaden ook gewoon van de grond rapen.
Bij de Anthyllis, de drakenkop (Dracocephalum) en klaver (Trifolium), moeten de zaaddozen losgepeuterd worden en moeten de zaden één voor één voorzichtig uit de ‘zaadzakjes’ geknepen worden.
Bij soorten als havikskruid (Hieracium), of de Haplopappus, zijn de zaden kleine pluisjes (zoals bij een paardenbloem). Deze moeten natuurlijk worden opgevangen vóór de wind ze meevoert.
Bij de zijdeplant (of Asclepias) zitten de zaden in peulen.
….

Zaden bewaren

Doe de zaden per soort in gelabelde doosjes en laat ze minstens twee weken staan in een droge, warme kamer om  te drogen. Daarna mag je ze ook opbergen in dichtgevouwen enveloppen of in plastic zakjes (prik hier wel een luchtgaatje in, om het schimmelen tegen te gaan).

Zaden ruilen

Heb je de smaak te pakken en wil je je zaden graag ruilen met anderen? Dan vind je hier alvast enkele interessante links. Zoek dan eens rond op het internet of sluit je aan bij een tuiniersorganisatie.

Tags , , ,

Acht tips om leven te brengen in je vijver

Na een lange koude winter kan je vijver serieuze winterschade opgelopen hebben. Daarom is het belangrijk om terug leven in je vijver te blazen wanneer de lente begint. In acht stappen kan je van een, door de winter geteisterde, vijver weer een levende oase maken.

1. Inspecteer de vijver

Allereerst bekijk je jouw vijver grondig. Controleer of er geen zware schade is door vrieskou of stormen. Indien je schade aan de vijver vaststelt, dien je deze zo snel mogelijk te repareren.

2. Grote schoonmaak van de vijver

Hoe goed je voorbereidingen voor de winter ook waren, meestal ligt je vijver er in het voorjaar verloederd bij. Om te beginnen haal je alle bladeren uit je vijver, ook diegene die tot op de bodem zijn gezakt. Verwijder daarna alle plantenresten die nog in de vijver liggen van het afgelopen jaar. Best kan je ook enzymen en bacteriën aan je vijver toevoegen om de natuurlijke balans in evenwicht te houden.

3. Start de pomp op

Indien je de pomp van je vijver uitzet in de winter, start hem dan terug op in het voorjaar. Een goede tip is om de pomp aan te sluiten als het water ongeveer een temperatuur van 10 graden heeft. Let goed op wanneer je de pomp terug inschakelt, blijf de eerste uren in de buurt. Indien je pomp winterschade heeft opgelopen kan je dit dan tijdig opmerken.

4. Start de filter op

Naast het aanzetten van de pomp, mag je niet vergeten om de filter zuiver te maken. Zelfs al is de filter inactief geweest in de winter, maak je hem toch best volledige zuiver.

5. Test het water

Als de winter voorbij is, is het belangrijk om altijd je waterkwaliteit te meten. Het ammoniak- en nitraatgehalte van de vijver moet nog steeds nul zijn. Indien dit niet het geval is, begin je best met deze stoffen te verwijderen uit je vijver.

6. Vissen

In de lente is de kans op ziekten en ontstekingen bij vissen erg groot. Daarom dien je ervoor te zorgen dat bepaalde bacteriën niet in je vijver voorkomen. Je kan daarnaast ook voeding met medicatie aan je vissen geven.

7. Voederen

Je vissen hebben terug voeding nodig wanneer het water een temperatuur heeft van meer dan 10 graden. Indien het water minder graden bedraagt, is het af te raden om al voeding in je vijver te doen.

8. Planten

Eveneens is het tijd om je planten te gaan revitaliseren bij een temperatuur van meer dan 10 graden. Geef ze voldoende voedingsstoffen en haal planten weg op plaatsen waar ze de kans niet krijgen om verder te groeien.

Tags , , , , , ,

Zo moet je een boom planten

Een boom is de ideale oplossing om een lege plek op te vullen of het uitzicht op een lelijk gebouw weg te werken.  Bomen die in een pot groeien kun je het hele jaar door planten, behalve  wanneer het heel heet en droog is en wanneer de grond bevroren is. In de herfst zijn de omstandigheden meestal het beste.

Voorbereiding

Als je er de tijd voor hebt,  geef de boom dan op voorhand veel water en laat hem zo een uur staan voordat je hem plant. Graaf een gat dat tweemaal de grootte heeft van de pot en dat diep genoeg is, zodat de wortels van de boom zich op hetzelfde niveau bevinden als het oppervlak van de bodem.

Het perfecte gat graven

Als de bodem van het gat opeengepakt zit, breek de aarde dan open met een hark, maar graaf er niet overheen. Doe hetzelfde met de zijkanten van het gat, zodat de nieuwe wortels zich makkelijker kunnen verspreiden. Neem de boot uit de pot, zet hem in het midden van het gat en controleer het niveau. Voeg nog aarde toe of verwijder wat indien nodig.

De boom planten

Maak een paar wortels los uit de wortelbal. Houd de boom recht en vul het gat met de uitgegraven aarde. Druk het zachtjes aan met je hiel wanneer de top bereikt.

Aan een paaltje binden en mulch aanbrengen

Bind een stok van een meter aan de stam van de boom zodat ze elkaar kruisen, op 15 centimeter boven het oppervlak van de grond. Maak de boom vast met een plastieken boomband. Geef de boom veel water en verspreid een 5 cm. dikke laag mulch rond de stam.  De laag mulch moet rond de stam iets lager zijn, zodat het water naar daar kan vloeien.

En wat daarna?

Geef de pas geplante bomen in het eerste jaar regelmatig water, vooral als het erg droog of winderig is. Breng in de lente een bemestingslaag aan over de wortels en hernieuw de laag mulch. Controleer de boombanden regelmatig zodat de boom kan blijven groeien. Tijdens het derde groeiseizoen zou de boom stevig verankerd moeten zijn en kan de band volledig verwijderd worden. Als je problemen hebt met konijnen of andere dieren, bescherm je boom dan met een hekje.

Tags , , , ,

Hoe een gezonde plant uitkiezen?

Op het eerste gezicht lijken alle planten in een tuincentrum weelderig en gezond. Meestal zijn ze dat ook. Toch weet je maar beter waar je op moet letten als je geen kat in een zak wilt kopen. Bekijk eerst goed wat je koopt, vooraleer je je tuin bezoedelt.

Controle

1. kwaliteit van het tuincentrum: kijk naar de zaak in zijn geheel, zien de meeste planten er goed en verzorgd uit?

2. gebladerte: kijk naar de toestand van je specifieke plant. Zijn de bladeren groen, glanzend en weelderig? Blijf uit de buurt van planten die aan het verwelken of vergelen zijn. Je weet niet zeker of zulke planten nog herstellen.

3. vorm: wat is de vorm van de plant? Is hij compact en vol, met meerdere stammen? Groter is dikwijls niet beter. Dit kan namelijk een aanwijzing zijn van gebrek aan licht. De plant klom omhoog op zoek naar licht.

4. insecten en ziektes: kijk goed uit voor insecten of ziektes. Controleer beide kanten van de bladeren en de potgrond. Tekenen: zwart geworden delen, gaten, vlekken, zachte gedeeltes, kleverigheid en vervormingen.

5. wortelsysteem: negeer ook de wortels niet. Als de plant gepot is en de wortels groeien uit de pot, kan de plant gestresseerd zijn. Als er weinig wortels zijn en de plant gemakkelijk uit de pot genomen kan worden, is ze waarschijnlijk recentelijk verpot. De plant zal meer tijd nodig hebben om gereed te worden voor een verplanting.

6. stamschade: als de plant een dikke of houtachtige stam heeft, kijk dan uit voor scheuren of lidtekens. Zelfs oudere schade kan een plant blijven verzwakken.

7. onkruid: onkruid neemt een deel van het voedsel af van de eigenlijke plant. Het toont ook een lichte verwaarlozing vanwege het tuincentrum.

8. boomwortels: als je een boom of struik koopt, moeten de wortels stevig aanvoelen. Als ze gebroken zijn, zal de plant moeite hebben om te overleven.

9. knoppen en bloemen: planten met knoppen verplanten en groeien beter dan planten in bloei.

10. als puntje bij paaltje komt: als je een plant koste wat het kost wilt hebben, koop die dan (in welke staat ze ook is). Als je ze wat overvoedt, kan je ze misschien nog redden.

Tip

Wees extra voorzichtig met kamerplanten. Een plaag kan zich snel verspreiden in een afgesloten ruimte.

Tags , ,

Hoe moet je planten afharden?

Jonge, volgroeide zaailingen die binnenshuis of in een serre geteeld werden hebben een bepaalde tijd nodig om zich aan te passen, vooraleer je ze in de tuin plant. Deze periode noemt men de afharding van de plant. Bij afharding worden de tere plantjes stelselmatig blootgesteld aan wind, zon en regen. Het maakt de plantjes sterker door de verdikking van de cuticula (buitenste beschermend laagje) van de bladeren zodat ze minder water verliezen.

Op die manier zullen de temperatuurschommelingen de zaailingen niet doen wegkwijnen, de groei doen beperken of kapotmaken. De duur van het afharden van planten hangt af van het type plant, de temperatuur en de temperatuurschommelingen. Je kan beter flexibel zijn en bereid zijn je zaailingen op elk moment binnen te zwieren als het nog laat vriest of sneeuwt.

Er zijn drie methoden om je planten te harden:
1. telkens langere periodes van gewenning aan de buitenlucht
2. plaatsing in een warmtebak
3. geen water geven

1. telkens langere periodes van gewenning aan de buitenlucht

1. Begin 7 tot 10 dagen voor je verplantingsdatum.
2. Zet je planten buiten in een beschutte plaats. Bijvoorbeeld onder een boom of onder een afdakje. Laat ze 3 à 4 uur buitenstaan en vermeerder die tijd dagelijks met 1 à 2 uur.
3. Planten ’s nachts binnenhalen.
4. Na 2 tot 3 dagen mag je de planten in de ochtendzon zetten, zet ze ’s namiddags weer in de schaduw.
5. Na 7 dagen zouden de planten een zonnige dag kunnen verdragen én een volledige nacht (tenzij het afkoelt tot onder de 10° C). Als het overdag te warm wordt, zorg dan dat je extra water geeft.
6. Vanaf 7 tot 10 dagen zijn je plantjes klaar om verplant te worden. Probeer een niet te warme dag uit te kiezen en geef veel water!

2. plaatsing in een warmtebak

1. Begin 7 tot 10 dagen voor je verplantingsdatum.
2. Verplaats je plantjes in een warmtebak om ze te harden.
3. Verminder de extra warmte geleidelijk aan. Maak de periodes van koude telkens langer. Begin met 3 à 4 uur en vermeerder de blootstelling elke dag met 1 à 2 uur.
4. Als de temperatuur ’s nachts daalt tot minder dan 4° C, blijf dan de bak verwarmen.
5. Vanaf 7 tot 10 dagen zijn je plantjes klaar om verplant te worden. Probeer een niet te warme dag uit te kiezen en geef veel water!

3. geen water geven

Als je zaailingen toelaat om te verwelken, dan bereik je hetzelfde effect als een geleidelijke blootstelling aan de natuurelementen.

1. Begin ongeveer 2 weken voor je verplantingsdatum: geef je plantjes geen water totdat ze beginnen te verwelken.
2. Dan geef je ze normaal water en wacht je tot ze weer beginnen te verwelken.
3. Na 2 weken zouden de plantjes klaar moeten zijn om te verplanten. Probeer een niet te warme dag uit te kiezen en geef veel water!

Tips

Het binnen- en buitenzetten van je plantjes kan gemakkelijker gemaakt worden door ze op een kruiwagen of een ander wagentje te plaatsen.

Bescherm je jonge zaailingen tegen dieren en slakken.

Tags , , ,

Een lege gevel? Plant een klimplant!

Vind je een lege muur of hek maar niets? Misschien kan een klimplant wel oplossing bieden… Maar hoe moet je precies te werk gaan bij het plaatsen van een klimplant?

Of je nu bloemen, geur of een prachtig blad wil, klimplanten in een pot kun je het hele jaar door verplanten, zolang de grond maar niet extreem vochtig of bevroren is.

Maak een ondersteuning

Tenzij je klimplant zichzelf kan ondersteunen, moet je ervoor zorgen dat de plant zich ergens aan kan vastklampen. Een traliewerk is ideaal. Als je klimplant tegen een muur of een hek op moet groeien, kun je zelf met draden een traliewerk maken. Zorg ervoor dat de planten niet te dicht tegen de muur opgroeien.

Hoe moet je een klimplant planten?

Geef de plant voldoende water.
Graaf een gat uit dat tweemaal de grootte heeft van de pot en half zo diep is. De plant moet op ongeveer 30 cm. van de muur of het hek staan.  Zo kun je de plant altijd genoeg water geven. Aan de basis van de muur kan de bodem erg droog worden.
Haal de plant voorzichtig uit zijn pot. Zitten de wortels op elkaar gepakt, haal ze dan voorzichtig uit elkaar voor je de plant in de pot zet.
Clematis is een klimplant die je ongeveer 6 cm. onder het oppervlak moet planten, maar de bovenkant van de wortels van andere klimplanten moet ongeveer op dezelfde hoogte zitten als de bovenkant van de aarde. Vul het hele gat met aarde en stamp het zachtjes aan met je voeten.

Nazorg

Geef voldoende water en breng mulch aan om zo het onkruid te onderdrukken. Bladercompost is ideaal. Spreid de takken van de plant goed en bind ze vast aan het rek. Om ervoor te zorgen dat de klimplant goed gedijt, moet je hem de eerste maanden veel water geven en ervoor zorgen dat de plant niet uitdroogt in de zomer.

Welke klimplant moet ik kiezen?

Voor schaduw:
Hedera
Klimhortensia
Hop

Voor zon:
Klimrozen
Blauwe passiebloem
Blauweregen

Voor de bloemen:
Kamperfoelie
Chocoladeklimmer (Akebia Quinata)
Jasmijn

Tags , , ,

Hoe moet je klimplanten snoeien?

Klimplanten als kamperfoelie, klimop of blauwregen moet je regelmatig snoeien om ze mooi te onderhouden.

Kamperfoelie

Indien je kamperfoelie tot zijn maximale lengte wilt laten groeien, moet je hem ondersteunen met metaaldraad, latwerk of gelijkaardige steunelementen. Indien je daarentegen niet veel plaats hebt, moet je kamperfoelie jaarlijks snoeien om de groei binnen de perken te houden.

Wildgroei verwijder je best pas nadat de kamperfoelie gebloeid heeft. Variëteiten die pas in de late zomer bloeien, moet je in de lente snoeien. Lonicera japonica wordt best om de 2 à 3 jaar afgesneden tot 1 meter, anders wordt deze plant te zwaar aan de top.

Wilde wingerd

Deze plant is eerder geneigd om in de hoogte te groeien dan in de breedte. Indien ze niet tijdig gesnoeid wordt, kan ze veel plaats gaan innemen. Beperk de groei door elke winter oude, te sterk begroeide ranken weg te snijden. Vermijd ook dat de wingerd goten, ramen en regenpijpen overwoekert  en snoei hem elke winter – en indien nodig ook in de bloeiperiode.

Clematis

De snoeiregels voor clematisplanten variëren volgens hun bloeiperiode, maar een algemene regel is dat je alle dunne, zwakke of beschadigde scheuten volledig moet verwijderen, desnoods tot op grondniveau.

Blauweregen

Blauweregen (wisteria) moet je in de zomer snoeien. Dan krijgt ze geen kans om te overwoekeren, maar kunnen de bloemen aan nieuwe zijscheuten nog bloeien voor de blauweregen gesnoeid wordt.

Begin juli is de plant ongeveer twee maanden uitgebloeid. Dan kan je de zijscheuten snoeien en ineengestrengelde ranken bijsnijden tot op 5 à 6 blaadjes van de hoofdtak. In de winter moet je de zijscheuten opnieuw snoeien en daarbij slechts 2 à 3 knoppen overlaten. Volgende lente zullen die dan bloemen dragen. Snijd in de winter ook alle oude, in elkaar verstrikte of overdreven lange ranken af, zodat de blauweregen dichtbij haar ondersteuning blijft groeien.

Klimop

Klimop bedekt een volledige muur voor je het weet en heeft dus geen extra stimulans nodig. Als je het groeiproces toch nog wilt bespoedigen, kan je enkele lange ranken langs de voet van de muur leiden.

In de eerste groeistadia moet klimop niet gesnoeid worden. Pas als de hele muur bedekt is, kan je elk jaar in april scheuten bijsnijden en eventueel nog eens in de zomer. Indien de plant te zwaar wordt aan de top, kan je de overvloedige groei daar wegsnoeien. Houd uitlopers weg van regenpijpen en goten.

Tags , , , , , ,