Tag

Zelf pompoenen kweken

Pompoenen zijn lekker en eenvoudig te telen. Als je een beetje moeite doet, kan je zelfs erg grote pompoenen kweken.

Zaaien

Pompoenen zaai je tussen april en juni best in potjes. Zaai twee zaadjes per potje, zodat je het sterkste kan overhouden. Duw de zaadjes zacht in een  laagje grond en bedek dat met wat extra grond. Je mag de zaadjes niet te diep zaaien. Als de wortels door de bodem van de pot komen, is het tijd om de zaailingen over te planten. Plant ze zo’n twee à drie meter uit elkaar. Zaden kunnen ook rechtstreeks in de grond gezaaid worden tussen het einde van mei en de vroege zomer. Kies een  zonnig plekje dat voldoende afgeschermd is en verbeter de grond met compost. Als de zaailingen kiemen, mag je de zwakste verwijderen.

De plantjes verzorgen

Bescherm de  zaailingen met mulch en voed ze regelmatig met meststof. Geef ze ook geregeld water tijdens het bloeiseizoen. Verwijder sommige vruchten voor ze zich verder ontwikkelen, houd twee tot drie vruchten per plant over. Op die manier zal je grotere pompoenen krijgen. Als de pompoenen groter worden, til ze dan op met een stuk hout of een baksteen, om zo te voorkomen dat ze gaan rotten. Verwijder bladeren waardoor de pompoenen in de schaduw te zitten komen. Als er een risico is op vroege vorst, bescherm de pompoenen dan met stro of karton.

Oogsten en opslaan

Laat de vruchten zo lang mogelijk op de plant, zodat ze  kunnen groeien en rijpen. Wanneer de stengel breekt en de schil erg dik is, is de pompoen klaar om geoogst te worden. Leg de pompoenen vier dagen buiten in de zon of bewaar ze binnen bij een temperatuur van 27° tot 32° C, zodat ze kunnen harden. Pompoenen kunnen vier tot zes maanden bewaard worden. Bewaar je pompoenen op een koele plaats, bij een temperatuur rond 10°C.

Tags , , , , ,

Aardbeien uit je eigen tuin

Niets zo lekker als aardbeien uit de eigen tuin. Aardbeien zijn een fruitsoort die gemakkelijk te kweken is. Eén aardbeienplant kan je verschillende jaren  lang aardbeien leveren. Aardbeienplanten kunnen gemakkelijk overwinteren,  je hoeft dus niet iedere keer andere aardbeien te kopen.

In volle grond

Aardbeien kun je in principe op elke ondergrond telen, maar een lichtzure ondergrond die waterdoorlatend is, is het beste. Tijdens de herfst kun je de bodem al goed voorbereiden door hem van een portie organische mest te voorzien.

De aardbeien plant je dan aan in de late zomer, zodat  je in juni of juli van het volgende jaar kunt oogsten. Bij verlate teelt worden de planten echter in een koelcel bewaard. Van maart tot begin juli kan je ze dan nog uitplanten in openlucht. Twee maanden na het planten kan je dan oogsten. Voor de doordragende soorten, die gedurende vier tot vijf maanden continu geoogst kunnen worden, wordt minder vaak gekozen.

Om een aardbeienbed aan te leggen kun je best de grond verhogen, zodat het regenwater gemakkelijk afgevoerd wordt. Eventueel kan je folie op het bed leggen, zodat er geen onkruid tussen de planten verschijnt en je vroege uitlopers die de planten verzwakken gemakkelijk kunt wegnemen. Na het aanleggen van je aardbeienbed kan je de aardbeien in rijen aanplanten. Zorg dat er een onderlinge afstand is van 10 à 15 centimeter.

In potten

Aardbeien hoeven niet altijd in volle grond geteeld te worden. Je kunt ze ook in potten (bijvoorbeeld op je terras of je balkon) telen.

Kies voor een voldoende ruime bak of pot in plastic of terracotta. De bak of pot moet ook voldoende afwateringskanalen hebben, aardbeien staan immers niet graag te nat. Vul de bak of pot voor de helft tot driekwart met potgrond. Haal de aardbeienplantjes voorzichtig uit de potjes en plaats ze op de potgrond. Vul de bak of pot daarna verder aan en laat onder de rand een ruimte van een aantal centimeter. Begiet de aardbeienplanten na het planten meteen.

Zonnige plaats

Aardbeien staan graag in de zon, een zonnige plaats voor het aardbeienbed of -pot is dus zeker aan te raden. Maar te sterk zonlicht is ook niet goed, zeker niet voor jonge plantjes. Probeer de aardbeienplantjes ook zoveel mogelijk af te schermen van de wind.

Water en mest geven

Aardbeien houden niet van te veel water, maar een te droge of uitgedroogde grond is ook niet aan te raden. De potgrond moet dus altijd vochtig genoeg zijn. Geef de plantjes regelmatig water, tijdens hete zomerperiodes mag dat zelfs iedere dag gebeuren.

Tags , , ,

Van start gaan met een moestuin

Droom je ervan verse groenten uit je eigen tuin te kunnen eten? Dan is een eigen moestuin geen slecht idee. Je eigen groenten telen is trouwens helemaal niet zo moeilijk. Hier vind je een stappenplan om van start te gaan met je eigen moestuin.

Bepaal de locatie

Je wilt natuurlijk dat je groenten zo smakelijk mogelijk zijn. De locatie kan daarbij veel bepalen. De meeste groenten hebben dezelfde vereisten om goed te bloeien, wat het gemakkelijker maakt om een geschikt plekje uit te kiezen in je tuin. Kies voor een zonnig plekje op een vruchtbare bodem.

Kies de groenten uit

Dit is een van de leukste aspecten van een eigen moestuin: je favoriete groenten uitkiezen. Pas alleen op dat je ogen niet groter zijn dan je moestuin, het is niet de bedoeling dat je je groenten op elkaar begint te proppen. Houd rekening met de ruimte die je hebt, de periode waarin je graag wilt oogsten en het soort bodem in jouw moestuin.

Beslis of je zult zaaien of overplanten

Bij de keuze tussen zaaien en overplanten gaat het vooral over praktische overwegingen. Als je begint met zaadjes heb je meestal een grotere keus wat groenten betreft. Sommige groenten kun je ook gemakkelijker overplanten dan andere. Groenten waarbij meestal voor zaadjes gekozen wordt zijn: bonen, komkommer, knoflook, erwten, pompoen, enz. Groenten die je gemakkelijk kunt overplanten zijn onder meer broccoli, bloemkool, selder, tomaten en aubergine.

Haal het meeste uit je ruimte

Meestal leg je je moestuin niet in een keer aan. Sommige groenten kun je eerder oogsten dan andere, waarna je de vrijgekomen plek weer kunt opvullen. Andere planten bloeien erg snel, waardoor je meteen na de oogst opnieuw kunt beginnen.

Onderhoud je moestuin

Nu is het tijd om de meer praktische zaken aan te pakken. Een moestuin heeft regelmatig onderhoud nodig. Groenten moeten voldoende water krijgen, de bodem moet met mulch bedekt worden en er moet op tijd geoogst worden. Verder is het ook belangrijk ongedierte op een afstand te houden.

Oogst en bewaar

De laatste en de leukste stap. Als je groenten bloeien wordt het tijd om te oogsten. Eenmaal geoogst, kun je je groenten opeten of bewaren (invriezen).

Tags , ,

Slakken bestrijden in de tuin

Slakken kunnen een ware  pest zijn voor je tuin. Vooral tijdens vochtige periodes duiken ze massaal op en kunnen ze heel wat schade aanrichten. Ze eten jonge planten in de moestuin op tot net boven de grond of laten grotere planten achter met gaten. Als je toch nog iets wilt oogsten, kun je ze maar beter bestrijden.

Naaktslakken en huisjesslakken

Huisjesslakken voeden zich voornamelijk met plantaardig afval uit de tuin, zoals verdorde bladeren. Deze slakken zijn eigenlijk nuttig. Naaktslakken zijn vervelender. Zij kunnen in een nacht tijd alle kiemplantjes doen verdwijnen of heel veel schade aanrichten aan malse groenten als sla.

Gistrijk bier

Gistrijke producten als bier trekken de slakken aan. Graaf dus een potje met gistrijk bier tot aan de rand  in. Als de slak erop afkomt en ervan wilt drinken, zal hij in het potje vallen en verdrinken.

Bodem bedekken

Gebroken eierschalen, schelpen, zaagsel,  kalk, zand en soortgelijke bedekkingen leiden bij slakken door de droogte en scherpte tot irritatie. Als je dit over je zaaibedden strooit, zullen de slakken uit de buurt blijven.

Afweerplanten

Een aantal planten houden slakken door hun scherpe geur op afstand:

- Tomaten
- Tijm
- Salie
- Knoflook
- Hysop
- Oost-Indische kers

Natuurlijke vijanden

Zorg voor plekjes waar natuurlijke vijanden van de slak zich goed voelen. Vogels als eksters, kraaien, spreeuwen, merels, lijsters, enz. zitten graag in struiken en bomen. Egels verschuilen zich graag onder een hoop takken. Kikkers en padden houden van vijvertjes.

Slakkenkorrels

Er bestaan ruwweg twee soorten slakkenkorrels: een groep die biologisch afbreekbaar is en de klassieke slakkenkorrel die die eigenschappen niet bezit. Best leg je de korrels op de grond met een dakpan erover. Zo voorkom je dat andere dieren eraan kunnen.

Tags , , ,

Een gezonde plant uitkiezen

Als je naar de plantenwinkel gaat, zullen alle planten er op het eerste zicht gezond en fris uitzien. Normaal gezien zouden ze dat ook moeten zijn. Toch is het zeker nodig een aantal kleine controles uit te voeren voordat je je plant mee naar huis neemt.

Controleer de andere planten in de winkel. Hoe zien die eruit? Zien ze er gezond uit en worden ze goed verzorgd?

Nu is het tijd om jouw plant onder de loep te nemen. Zijn de bladeren groen, glanzend en sappig? Vermijd  planten die aan het verwelken of aan het geel worden zijn.

Hoe is de vorm van de plant? Is hij helemaal begroeid, met meerdere takjes? Groter betekent niet noodzakelijk beter, dat kan er namelijk ook op wijzen dat de plant onvoldoende licht kreeg en om toch licht te krijgen snel naar boven groeide, maar daardoor juist erg dun en breekbaar is.

Bekijk de plant van dichterbij om te weten te komen of er sprake is van insecten of ziektes. Controleer beide kanten van de bladeren en de potgrond. Signalen die erop kunnen wijzen dat er iets aan de hand is, zijn: zwarte vlekken, gaten, papperige delen, plakkerige delen, etc.

Zie ook de wortels van de plant niet over het hoofd. Als de plant in een pot staat en de wortels uit de bodem groeien, staat de plant onder druk en zal hij wat tijd nodig hebben om te herstellen. Als er niet veel wortels zijn en de plant heel gemakkelijk uit de pot komt, werd hij waarschijnlijk nog maar pas verplant.

Controleer de stengel van de plant op beschadigingen. Verzeker je ervan dat er geen breuken of andere gebreken zijn.

Zaadjes in de pot is nooit een goed teken. Die strijden namelijk met de plant om de voedingsstoffen in de aarde.

Ontkiemende planten en planten met bloemen zullen het doorgaans beter doen dan andere.

Tags ,

Hommels naar je tuin halen

Hommels zijn, in tegenstelling tot wespen, niet erg agressief en zijn dus aangenamer om in je tuin te hebben (op voorwaarde dat je ze met rust laat). Het moet mogelijk zijn om verschillende soorten hommels naar je tuin te lokken. Sommige hommels houden zelfs niet van de meer exotische bloemsoorten en komen op inheemse bloemen af – deze zijn natuurlijk veel makkelijker om te onderhouden en zijn veel meer resistent tegen het klimaat en bepaalde ziekten dan exotische bloemen.

De lengte van de tong van een hommel varieert naargelang de soort en ook de smaak van de hommel varieert dus. De Bombus hortorum, de hommelsoort met de langste tong, houden van diepe bloemen zoals de kamperfoelie, het vingerhoedskruid en de akelei. Hieronder geven we een selectie van bloemen waar hommels (met korte en lange tong) graag op afkomen. Ze zullen in vele gevallen ook andere insecten aantrekken zoals vlinders en honingbijen.
Boraginaceae: de ruwbladigenfamilie

Hier hebben we allereerst de Echium vulgare (slangenkruid). Slangenkruid ziet er mooi uit en is populair bij zo goed als alle hommelsoorten. De bloeitijd loopt van juni tot augustus. Verder is er de Symphytum officinalis (gewone smeerwortel). Smeerwortel houdt van vochtige plaatsen, maar zal haast overal groeien. Het staat ook in voor goede compost. De bloemen zijn redelijk diep, dus sommige soorten hommels zullen niet bij de nectar raken (tenzij ze de bloem openbijten, zoals bijvoorbeeld de Bombus terrestris).

Fabaceae: de vlinderbloemenfamilie

Deze bloemen zullen naast hommels ook vlinders naar je tuin lokken. De Trifolium pratense (rode klaver) en Trifolium repens (witte klaver) zijn populair bij zeldzame en bij sommige meer voorkomende hommelsoorten. Zoals de namen al doen vermoeden geven ze respectievelijk rode (paarsachtige) en witte bloemen. De Lotus corniculatus (gewone rolklaver) zal ook hommels aantrekken. Zij groeit vooral op voedselrijke grond. De Vicia cracca (vogelwikke) is een klimplant die steun zoekt bij andere planten. Ze geeft paarse bloemen in juni en juli. De Anthyllis vulneraria (wondklaver) geeft gele, bolvormige bloemen in juli. Ze trekt ook kleine blauwe vlinders aan. Verder hebben we nog de Onobrychis viciifolia (esparcette) die levendige roze bloemen geeft.

Asteraceae: de composietenfamilie

De Centaurea scabiosa (grote centaurie) is een prachtige bloem die veel bijen en vlinders aantrekt. Deze plant kan groot worden en geeft veel grote paarse bloemen. Ze komt voor tussen het gras op redelijk droge, kalkrijke grond.

Tags , , , ,

Blikvangers opnemen in je tuin

Een brandpunt is iets dat bij een eerste oogopslag meteen de aandacht naar zich toe trekt (ook wel een blikvanger genoemd). Enkele goede voorbeelden zijn:

Een zeldzame/grote/ kleurrijke plant
Een hevige kleur
Eén enkele witte plant of bloem
Een boom
Een ornament:

  • Vogelbad
  • Standbeeld
  • Oude gieter/schop/ kruiwagen/…
  • Fontein
  • Tuinkabouter

Een grote rots of steen
Enz.

Staat er al een grote boom? Dan wordt dit een brandpunt, of je dat nu wilt of niet. Je kan hem eventueel wel wat verfraaien met een vogelhuisje of een klimplant. Verder kan je brandpunten kiezen naar gelang de stijl van je tuin. Bijvoorbeeld:

Water (vijver/ fontein/waterval) in een zentuin
Oud tuingereedschap in een cottagetuin
Moderne kunst in een tuin met veel strakke lijnen
• 

Kleine tuin

Wanneer je maar een kleine oppervlakte ter beschikking hebt, kan het soms moeilijk zijn om een geschikt brandpunt te vinden. Natuurlijk wil je niet je hele tuin opofferen voor een reusachtige plant of boom. ‘Klein maar fijn’ is in dit geval de boodschap. Kleurrijke en ongewone bloemsoorten zoals Kniphofia, Echinacea en Sanguisorba of een Japanse esdoorn weten zeker ook de aandacht te trekken en nemen niet zo veel ruimte in beslag.

Positie van een brandpunt

Weersta aan de verleiding om een brandpunt in het midden van je tuin te zetten en alles er rond te planten. Maak in plaats daarvan gebruik van de 1/3 – 2/3 -regel.

Plantenkeuze

Speel op veilig en ga voor planten waarvan je zeker bent dat ze in jouw tuin goed zullen groeien. Veel tropische planten zijn niet bestand tegen ons klimaat en sommige soorten zijn extreem vatbaar voor ziekten zoals bladluis. Een verslenste of half opgegeten plant oogt natuurlijk ook niet mooi.

Kies bij voorkeur voor planten met een lange bloeiperiode. Je kan eventueel gebruik maken van seizoensgebonden brandpunten die mekaar opvolgen, maar weet wel dat hier heel wat planning en onderhoud bij komt kijken.

Tags , ,

Een goede verluchting van je tuinvijver

Je weet waarschijnlijk dat je vijver zuurstof nodig heeft. Maar hoe zorg je voor de juiste hoeveelheid en hoe geraak je aan die zuurstof?

Een stilstaande vijver kan enkel gassen uitwisselen aan het wateroppervlak. In zo’n vijver zal slechts een beperkt aantal vissen overleven.

Een vijver moet niet alleen zuurstof kunnen opnemen, maar hij moet ook koolzuurgas (=CO2=koolstofdioxide) en waterstofsulfide (=H2S) of andere gassen kunnen vrijlaten. Waterstofsulfide wordt gemaakt door anaërobe bacteriën die organisch materiaal afbreken op de bodem van de vijver. Op de bodem van de vijver is er minder zuurstof dan in de bovenlagen, zeker bij steen- of grindbodems. Anaërobe bacteriën hebben geen zuurstof nodig en zorgen voor verrotting in de bodem.

Als je een fontein of watervalletje of een andere vorm van stroming gebruikt, dan zorg je ervoor dat een grotere hoeveelheid water blootgesteld wordt aan de buitenlucht. Op die manier kan zuurstof gemakkelijker opgenomen worden en kunnen bepaalde gassen vrijgegeven worden.

Laat het water rondstromen in het diepe gedeelte van de vijver om de afbraak van organisch materiaal sneller te later verlopen. Zo wordt de kwaliteit van je water verbeterd. Wanneer het warm weer is, trek je best water vanuit de bodem van de vijver naar boven om het bloot te stellen aan de buitenlucht. Bovendien komt er dan zuurstofrijk water op de bodem, waardoor aërobe bacteriën organismen gaan afbreken. De vijver zal minder stinken dan bij het werk van anaërobe bacteriën.

Zorg ervoor dat je niet te veel planten in je vijver hebt staan. Omdat zuurstof wordt opgevangen aan de oppervlakte van het water, kan een dichtbeplante vijver deze zuurstofopname drastisch belemmeren. Als je toch je ganse vijver wilt volplanten, plaats dan ook een grote fontein of waterval.

Misschien lijkt het zo alsof meer onderwaterplanten voor meer zuurstof zorgen? Ze zorgen wel voor extra zuurstof wanneer het licht is, maar ’s nachts verbruiken ze die zuurstof gewoon weer. Daardoor is het mogelijk te veel onderwaterplanten te hebben in je vijver. Onderwaterplanten zijn wel belangrijk voor je vijver om voedingsstoffen op te gebruiken die de algen nodig hebben om te overleven.

Je kan slechts een beperkt aantal vissen in je vijver houden. Als je over een bepaalde hoeveelheid gaat, kan je waterkwaliteit afnemen en de gezondheid van de vissen in gevaar komen. Hoe warmer je water is, hoe minder zuurstof het kan vasthouden. In de winter heb je dus geen toegevoegde verluchting nodig, omdat het water koud is en omdat vissen dan trager ademhalen.

Concrete maatregelen voor een goed verluchte vijver

Je hebt te weinig verluchting als je vissen aan de oppervlakte komen om adem te happen of als je vijver overdreven begint te stinken. Wat kan je doen om zeker te zijn van voldoende zuurstof in je vijver?

vermindering van het planten- en vissenbestand bij buitensporige hoeveelheid
een krachtigere pomp als je waterval of fontein niet genoeg stroming biedt
een tweede pomp of een verluchtingspomp toevoegen

Bij heel warm weer kunnen er snel vissen sneuvelen. Een tweede pomp of een verluchtingspomp vermindert de kans op dode vissen. Je moet deze pomp zelfs niet per se laten werken. Als je eerste pomp het begeeft, kan je hem gewoon aanzetten als reservepomp.

Tags , , , , , ,

Een lek in je vijver opspeuren

In een vijver is het verlies van een beetje water geen probleem. Door verdamping en het opspatten van water door vissen, is dit zelfs een erg normaal fenomeen. Het verliezen van water wordt pas een probleem als je heel snel en heel veel water verliest. In dit geval is de kans groot dat je een lek hebt.

Een lek in een vijver kan catastrofaal zijn voor de vijver, maar ook voor de rest van je tuin. Het water van je vijver zorgt voor een plaatselijke overstroming in je tuin en richt dus ook hier schade aan. Hieronder is in drie stappen beschreven hoe je gemakkelijk een lek kan opsporen.

Stap 1

Zet je waterpomp uit. Blijft het waterniveau hetzelfde? Begin dan met stap 2. Zakt het water nog steeds? Ga dan naar stap 3 om de zoektocht naar het lek verder te zetten.

Stap 2

Je weet nu zeker dat het lek zich niet bevindt in de romp van je vijver. We moeten nu dieper zoeken naar de plaats van het lek. Aangezien het lek iets met je pomp te maken heeft, heb je twee mogelijkheden. Ofwel lekt je pomp zelf ofwel lekt het buizensysteem.

Ga eerst het buizensysteem na en controleer vooral de verbindingen. Daarna kan je de uitgang van je pomp nakijken. Het gaat hier over de uitgang waar het water na het filteren terug in de vijver komt. Komt er nog water terug in de vijver? Dan kan een opstopping door planten of afval een oorzaak zijn van het waterverlies van je vijver.

Indien het enkele dagen droog is, kan je het lek meestal vinden door een natte plek in de directe omgeving van je vijver te zoeken. Als je deze plek vindt, ga je best op zoek naar de oorzaak van het lek. Misschien is de pomp of de filter defect en lekt deze daarom water.

Stap 3

Wanneer je aan stap 3 begint, weet je dat het lek zich in de vijver bevindt. Laat gedurende je zoektocht de pomp uitstaan zodat je het lek snel kan opsporen. Aangezien lekken in je vijver zelf meestal erg snel de vijver draineren, kan je misschien best je vissen in veiligheid brengen.

Controleer de randen van je vijver. Misschien is het waterverlies te wijten aan een verzakking van je vijver. Ga vervolgens na of er geen stenen van plaats zijn gewisseld. Indien het waterniveau nu stopt met dalen, weet je dat het lek zich ergens aan de waterrand bevindt. Ga dan erg nauwkeurig na of er grote of kleine gaten in je vijverwand zitten.
Wanneer de pomp uitgeschakeld is, zal er ook geen beweging meer zijn in je vijver. Daardoor kan je iets laten drijven op het water. Volg het drijvend voorwerp, meestal drijft het voorwerp in de richting van het lek.

Het lek dichten

Wanneer je het lek hebt opgespoord, kan je het meteen dichten. Indien er leidingen lekken, dien je deze zo snel mogelijk te vervangen. Waterdichte plakband kan je altijd gebruiken bij heel kleine lekken. Bij lekken in de romp van je vijver moet je vaak grotere reparaties uitvoeren. Vraag indien nodig raad aan de firma die je hielp bij het aanleggen van je vijver.

Tags , , ,

Acht tips om leven te brengen in je vijver

Na een lange koude winter kan je vijver serieuze winterschade opgelopen hebben. Daarom is het belangrijk om terug leven in je vijver te blazen wanneer de lente begint. In acht stappen kan je van een, door de winter geteisterde, vijver weer een levende oase maken.

1. Inspecteer de vijver

Allereerst bekijk je jouw vijver grondig. Controleer of er geen zware schade is door vrieskou of stormen. Indien je schade aan de vijver vaststelt, dien je deze zo snel mogelijk te repareren.

2. Grote schoonmaak van de vijver

Hoe goed je voorbereidingen voor de winter ook waren, meestal ligt je vijver er in het voorjaar verloederd bij. Om te beginnen haal je alle bladeren uit je vijver, ook diegene die tot op de bodem zijn gezakt. Verwijder daarna alle plantenresten die nog in de vijver liggen van het afgelopen jaar. Best kan je ook enzymen en bacteriën aan je vijver toevoegen om de natuurlijke balans in evenwicht te houden.

3. Start de pomp op

Indien je de pomp van je vijver uitzet in de winter, start hem dan terug op in het voorjaar. Een goede tip is om de pomp aan te sluiten als het water ongeveer een temperatuur van 10 graden heeft. Let goed op wanneer je de pomp terug inschakelt, blijf de eerste uren in de buurt. Indien je pomp winterschade heeft opgelopen kan je dit dan tijdig opmerken.

4. Start de filter op

Naast het aanzetten van de pomp, mag je niet vergeten om de filter zuiver te maken. Zelfs al is de filter inactief geweest in de winter, maak je hem toch best volledige zuiver.

5. Test het water

Als de winter voorbij is, is het belangrijk om altijd je waterkwaliteit te meten. Het ammoniak- en nitraatgehalte van de vijver moet nog steeds nul zijn. Indien dit niet het geval is, begin je best met deze stoffen te verwijderen uit je vijver.

6. Vissen

In de lente is de kans op ziekten en ontstekingen bij vissen erg groot. Daarom dien je ervoor te zorgen dat bepaalde bacteriën niet in je vijver voorkomen. Je kan daarnaast ook voeding met medicatie aan je vissen geven.

7. Voederen

Je vissen hebben terug voeding nodig wanneer het water een temperatuur heeft van meer dan 10 graden. Indien het water minder graden bedraagt, is het af te raden om al voeding in je vijver te doen.

8. Planten

Eveneens is het tijd om je planten te gaan revitaliseren bij een temperatuur van meer dan 10 graden. Geef ze voldoende voedingsstoffen en haal planten weg op plaatsen waar ze de kans niet krijgen om verder te groeien.

Tags , , , , , ,